Begin januari 2017 vroeg Pieterjan Deckers, postdoctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel, en bezieler van het MEDEA-project, of ik zin had om een workshop vondstfotografie te geven op het lanceringsevenement van MEDEA (11 februari 2017, VUB). Een gezellige babbel met koffie leerde dat MEDEA een nieuw (en voor onze contreien uniek) online platform is voor de ontsluiting van archeologische metaaldetectievondsten in Vlaanderen. Het wetenschappelijk potentieel dat schuilt in het toegankelijk maken van de vele rijke detectiecollecties lag natuurlijk voor de hand, en daarmee niet enkel mijn medewerking, maar ook mijn enthousiasme voor het project.
De tweede koffie was nog niet besteld, of we waren het erover eens dat er naast de workshop ook een gebald lijstje met richtlijnen nodig was, en eigenlijk ook een volwaardige en geïllustreerde how-to, die je hieronder terug vindt. Bezoek zeker ook de website van het MEDEA-project, je vindt hem hier !

Veel lees- en doe-plezier !

Disclaimer: deze tutorial (1) is volledig afgestemd op de (zeer toegankelijke) kwaliteitseisen van het MEDEA-platform, (2) werd opgesteld ten behoeve van gebruikers die geen voorkennis van fotografie hebben, (3) is bruikbaar voor alle digitale fototoestellen - hoewel ik een smartphone niet onmiddellijk zou aanraden, en (4) gaat uit van een minimale nabewerking. Concreet houdt dit in dat bij het correct opvolgen van de richtlijnen steeds een voor MEDEA adequaat resultaat bereikt wordt, waarbij de foto na het maken enkel nog moet bijgesneden worden. Het betekent ook dat foto's zoals deze op het titelplaatje op andere manieren tot stand komen, maar misschien vormt deze tutorial wel het begin van een meeslepende hobby, die wel eens volledig uit de hand zou kunnen lopen (ik kan ervan meespreken).

Met dank aan het Provinciaal Archeologisch Museum van Velzeke voor hun toestemming om foto's van de zegelring, de pot en de munt te gebruiken.

Dit is het soort foto waar we naartoe gaan werken: één van de aanzichten van een archeologische vondst, tegen een witte of lichtgrijze achtergrond, vergezeld van een schaallat. In dit geval een bovenaanzicht van een reconstrueerde ring met ringsteen (met dank aan het Provinciaal Archeologisch Museum Velzeke voor het uitlenen van de vondst; het copyright van alle foto's van het stuk ligt zowel bij mijzelf als bij het museum).
STAP 1: de juiste lichtbron
De meest voor de hand liggende lichtbron is meteen de beste en goedkoopste die we ter beschikking hebben: de zon. Buiten fotograferen betekent dat de lichtintensiteit steeds voldoende is om bewegingsonscherpte* te vermijden, en dat de lichtkleur** perfect in te stellen is op de camera. Een bewolkte hemel is hierbij ideaal, en dankzij onze typische Belgische zomers is die doorheen het jaar beschikbaar. De lichtbron is dan namelijk niet de relatief gezien, kleine zon, maar de volledige hemel. Dergelijke grote lichtbron zorgt voor een zacht, verstrooid licht, waardoor je ofwel geen, ofwel lichte schaduwen bekomt met heel "wollige" randen.
* Dit soort onscherpte herken je aan het feit dat er niets scherp is op je foto. Dit komt omdat je camera bewoog terwijl je sluiter open stond en de opname dus bezig was. In extreme gevallen kal je duidelijk zien in welke richting je beeld "uitgesmeerd" is.
** zie verder, witbalans

Fotografeer je daarentegen bij heldere hemel, dan zal je zien dat dit resulteert in scherp omschreven en zeer donkere schaduwen, die vaak de textuur van je vondst goed laten uitkomen, maar de vorm meestal zeer slecht leesbaar maken (zie foto's hieronder: zacht licht vs. vrij hard licht).
Fotografeer je binnen, dan zal je ondervinden dat je al gauw te weinig licht ter beschikking hebt, en dus met bewegingsonscherpte geconfronteerd gaat worden. Als je lens één of andere vorm van stabilisatie heeft*, en een zogenaamde kitlens heeft dat doorgaans, zet deze dan zeker aan en ga na of dit de bewegingsonscherpte tegengaat. Is dat niet het geval, dat kan je eventueel je camera op een rijstzak leggen, maar eigenlijk is de beste oplossing werken vanop een statief. Gezien je wellicht geen al te zware camera/lenzen zal gebruiken, en gezien je uiteraard niet fotografeert bij wind, mag dit een vrij goedkoop exemplaar zijn. Zeer belangrijk: zorg dat bij gebruik op statief (of rijstzak) de stabilisatie af staat ! Werk eventueel ook met een afstandsbediening, of zet je timer aan (10 seconden). Dit zorgt ervoor dat eventuele trillingen (van het statief, de tafel, ...) uitgedoofd zijn. Sta stil tijdens het fotograferen, want ook je voetstappen kunnen voor trillingen zorgen !
* "VR" bij Nikon, "IS" bij Canon; OS bij Sigma, VC bij Tamron, ...; bij andere merken, zoals Sony, Olympus, Panasonic en Pentax, kan de stabilisatie (tevens) in de camera zitten
Maak je opstelling zo dicht mogelijk tegen een raam en zorg dat het licht van links of rechts invalt op je vondst. Bij een bewolkte hemel voldoet gelijk welk raam, bij heldere hemel kies je een raam dat uitkijkt op het noorden (op die manier vermijd je al te uitgesproken schaduwen). Lukt dit niet, dan kan je (één of meerdere vellen) kalkpapier op het glas kleven. Let wel, hoewel dit het licht zachter maakt, zal ook de lichtsterkte aanzienlijk dalen. Een statief zal hier opnieuw meer dan welkom zijn.
Hoewel ik in deze tutorial uitga van raamlicht (dat is wat je op de foto's ziet tenzij anders vermeld), zou je echter ook met kunstmatig licht kunnen werken. Kies je voor flitsers, dan heb je wellicht deze how-to niet nodig, dus ga ik even uit van continue lichtbronnen zoals gloeilampen. Je gewone binnenverlichting is hierbij eigenlijk ontoereikend, omdat een lamp aan het plafond zich te ver van je onderwerp bevindt en er dus niet veel licht meer ter beschikking is ter hoogte van je vondst (om nog maar te zwijgen van dubbele schaduwen door meerdere lichtbronnen zoals spots). Je zal zien dat dit licht wellicht ook vrij hard is, wat het ongeschikt maakt voor wat we willen doen. Kies je echter voor kunstmatig licht, dan zou ik twee bureaulampen, voorzien van een gloeilamp of halogeenlamp, aanraden, of twee (halogeen) bouwlampen. Je kan deze dan bijvoorbeeld als volgt opstellen:
Op de foto hierboven zie je twee flitsers waarvan enkel de instellamp gebruikt wordt (2 x 150 Watt, gloeilampen). De vondst bevindt zich in een plastiek bak, die op een witte piepschuimplaat staat. De bak is voor enkele euro's te koop onder de naam "Trofast", is te vinden bij een welbekende Zweedse meubelwinkel (wat je wellicht al doorhad op basis de "originele" naam), en ziet er rechtopstaand zo uit:

foto: www.ikea.be

Let op: zet je lampen niet te dicht bij de bak, of zet ze na iedere foto terug naar achter, want plastiek heeft de onhebbelijke gewoonte om te smelten door de hitte van de lampen !
STAP 2: de juiste achtergrond
Nu we de juiste lichtbron gekozen hebben, is het tijd om even stil te staan bij de achtergrond. Kies hierbij steeds wit papier, zoals gewoon printpapier. Grijs, gekleurd, of zelfs (gelig) recyclagepapier laat je zeker links liggen.
Leg enkele bladen op elkaar, zodat de (gekleurde) ondergrond er niet door komt. Je kleeft ze best ook vast, zodat je gemakkelijker kan werken.
Voor een 3D-object, zoals de ring, breng je de achterkant van het blad naar omhoog, tot een zogenaamde "infini". Dit zorgt ervoor dat de rand van het papier bij een laag camerastandpunt buiten beeld blijft, en er dus geen "horizon" zichtbaar is.
Voor platte zaken zoals munten zal je van bovenaf moeten fotograferen, waardoor je de achtergrond gewoon plat op tafel kan leggen.
STAP 3: de juiste lens
Hoewel je een macrolens zou kunnen aanschaffen, volstaat voor MEDEA een gewone "kitlens", bijvoorbeeld een zoomlens van het type EF-S 18-55 3.5-5.6 IS (Canon), tenzij je vondst heel klein is. Het is immers helemaal niet de bedoeling dat we met de camera heel dicht tegen de vondst aan gaan fotograferen*. Vermijd de groothoekinstelling op je zoomlens, en zoom voldoende in. Bij bovenstaande lens kies je bijvoorbeeld niet voor 18, maar ga voor 50-55. Idem voor een compactcamera: zoom voldoende in. Zoals ik al aangaf in de disclaimer, is het gebruik van een GSM-camera problematisch, omdat deze op het moment van schrijven enkel over een vaste groothoeklens beschikken (blame selfies !), en foto's dus aan sterke perspectivistische vervorming onderhevig zijn (just look at those selfies !). Daarnaast heb ik ondervonden dat smartphones ook vaak ongevraagd een aantal bewerkingen op je foto loslaten om deze te "verbeteren", steeds met nefaste gevolgen - en wellicht kan je die bewerkingen niet uitzetten.
* Geheel ter info: dit is belangrijk voor verschillende zaken, zoals het bekomen van voldoende scherptediepte en een juiste belichting, voor het vermijden van vervorming door perspectiefwerking, en, ingeval van een niet-macrolens, voor het streven naar voldoende algehele scherpte (vermijden van diffractie door het dichtknijpen van de lens, en vermijden van de kortst mogelijke scherpstelafstand, die bij een gewone (kit)lens meestal geen scherpe foto's oplevert).
Ga dus voldoende ver achteruit en zoom in, zodat het object ongeveer 1/6e van de breedte, en 1/6e van de hoogte inneemt, zoals hieronder:
STAP 4: steek het licht een handje toe
Bovenstaande foto is gemaakt met raamlicht, met een raam op het oosten tijdens een bewolkte hemel. Toch zie je een lichte schaduw aan de linkerkant, en dat komt omdat de lichtbron niet langer de hele hemel is, maar het raam. Omdat het licht via de beperkte opening van je raam binnenvalt, wordt het niet enkel iets harder, maar krijgt het ook een directionaliteit mee. Beide uiten zich in de vorm van zachte schaduwen, wat bijvoorbeeld zeer geliefd is bij portretfotografen. Het voordeel voor ons is dat textuur iets beter zichtbaar wordt (de eerste foto van de pot hierboven heeft dat bijvoorbeeld niet). Het nadeel is dat het deel van je vondst dat zich aan de schaduwkant bevindt, wellicht onderbelicht zal zijn.
Daarom, en omdat je nu eenmaal nooit licht teveel hebt, kan je een zogenaamde reflector aan de schaduwzijde zetten, om deze wat op te lichten. Neem hiervoor steeds een wit vlak, zoals een wit blad (eventueel gevouwen) of een stuk piepschuim. Na wat draaien en kantelen zal je vlug de ideale positie vinden - licht gedraagt zich namelijk als een biljartbal bij het (weer)kaatsen, en is dus heel voorspelbaar. Let wel op dat je de reflector niet te dicht zet. Het gevaar bestaat immers dat je de schaduwzijde te veel en met te zacht licht verlicht, wat een zeer onnatuurlijk resultaat oplevert. Het verschil tussen een gebalanceerd belichte en een onbelichte schaduwzijde, ziet er zo uit:
Het voordeel van een geplooid blad ten opzichte van een vlak blad of piepschuimplaat, is dat je met het eerste in bepaald mate ook de voorkant van je vondst kan bijlichten. In bovenstaand voorbeeld heb ik dat echter niet gedaan.

Ander voorbeeldje is opnieuw onze twee potten. Hier komt het licht uiteraard van links, niet van rechts zoals bij de ring, en werd er gebruik gemaakt van vrij hard licht, geen raamlicht. Je kan hier ook zien dat het gereflecteerde licht dat op de schaduwzijde valt, net iets zachter is dan het zogenaamde hoofdlicht omdat de opgelichte schaduwzijde net iets minder textuur vertoont.
Om zo veel mogelijk van het beschikbare licht in te zetten, zou je bij het fotograferen ook witte bovenkledij kunnen dragen. Donkere kledij absorbeert namelijk licht, en gekleurde kledij kan zorgen voor een kleurzweem op je foto die slechts met nabewerking (en vaak heel wat moeite) te verwijderen is.
Maak je gebruik van een Trofast bak en kunstmatige verlichting, dan zal je zien dat de afstand van het licht tot de bak een belangrijke rol speelt. Hoe dichter de lichtbronnen bij de bak staan, hoe harder het licht (echt hard gaat het echter niet worden zonder een brandje te stichten). Zet je de lampen iets verder, dan zal je doorgaans een zeer zacht licht bekomen dat doorheen de bak weerkaatst, en waar dus alle directionaliteit uit verdwenen is. Dit gaat al snel een beetje "vlak" en levenloos aanvoelen.
Links de foto met raamlicht en reflector, rechts de foto in de Trofast bak. De foto rechts is OK, maar de linkse heeft iets meer "punch". Je zou de fletse rechtse foto kunnen verbeteren door slechts 1 lamp te gebruiken (en een reflector aan de andere kant, in de bak, zodat die dichterbij staat dan de wand van de bak), maar op dit punt ga je wat moeten experimenteren met het aantal lichtbronnen en reflectoren, omdat elke vondst anders is.
STAP 5 : de juiste camera-instellingen
Op dit punt heb je wellicht even de handleiding van je camera nodig. De bedoeling is dat we het toestel zo instellen dat we na het nemen van de foto deze enkel nog moeten bijsnijden. In de veronderstelling dat je de voorgaande richtlijnen perfect opgevolgd hebt, zijn de instellingen de volgende:

A) Kies de belichtingsmodus. Je kan deze doorgaans instellen via een keuzewiel aan de bovenkant van je camera. De waarde die we nodig hebben is A of Av. De afkorting in kwestie varieert wat tussen merken onderling, maar ze verwijst steeds naar Aperture value of diafragmavoorkeuze. Andere mogelijkheden, die we hier links laten liggen, zijn P (program), T of Tv (Time value), M (manual) en het beruchte groene rechthoekje (het symbool voor volautomatisch).
B) Stel de gepaste diafragmawaarde in, bijvoorbeeld F2.8, F8, F11, ... Dit kan meestal via een instelwiel bediend door duim of wijsvinger. De te gebruiken waarde is afhankelijk van het soort camera en de vondst die je wil fotograferen. Hier wordt het even opletten. De bedoeling is een waarde te kiezen waarbij je object over de volledige diepte scherp is. Of anders gezegd, waarbij de scherptediepte van je foto je volledige vondst omvat.  Hoe groter de diafragmawaarde (en hoe kleiner de sensor van je camera), hoe groter de scherptediepte. Concreet:
Gebruik je een compactcamera of een gsm, kies dan de kleinst mogelijke waarde. We gaan hier even voorbij aan het feit dat deze waarden eigenlijk breuken zijn waarvan de teller niet uitgeschreven wordt, en veronderstellen dat F2.8 kleiner is dan F11. Scherptediepte zal hier nooit een probleem zijn.
Heb je een micro 4/3 camera (bijvoorbeeld Panasonic of Olympus), dan is F2.8 een goede startwaarde voor een munt, en F5.6 een goede startwaarde voor een 3D-object. Als blijkt dat je object niet volledig scherp afgebeeld staat (je kan dat al zien op de achterkant van de camera als je even op de gemaakte foto inzoomt), verhoog dan de waarde.
Voor een APS-C camera wordt dit respectievelijk F4 en F8. Dit zijn wellicht de meest gebruikte spiegelreflexen, en omvatten bijvoorbeeld de xxD, de xxxD en de xxxxD reeks bij Canon, en de xxD, de 3000, de 5000 en de 7000 reeks bij Nikon. Nikon duidt dit soort camera's aan met 'DX'.
Heb je een zogenaamde fullframe camera ('FX' in Nikon terminologie), dan zijn de richtwaarden F5.6 en F11.
Vermijd hogere waarden dan de bovenstaande hoogste limiet als je kan, omdat deze de beeldkwaliteit verminderen.

C) Stel de ISO-waarde in. Dit gaat meestal via het indrukken van een knop en het verdraaien van een instelwiel. Hoe hoger deze waarde, hoe lager de beeldkwaliteit. Het best kies je hier dus de laagste waarde (meestal 100, soms 200 naargelang de camera). De ISO-waarde bepaalt de mate waarin het beeldsignaal versterkt wordt. Hoe meer je dit doet, hoe meer ruis je bekomt (dit is hetzelfde principe als het volume van je versterker open draaien zonder dat er muziek speelt). Als je binnen fotografeert zonder statief, dan moet je al gauw voor ISO 800 gaan. De gevolgen voor de beeldkwaliteit zullen in dat geval wellicht vrij goed zichtbaar zijn, vooral ook omdat we het uiteindelijke beeld gaan bijsnijden.

D) Kies de correcte witbalans (WB). In tegenstelling tot het vorig punt is dit vrij eenvoudig. De camera bevat een aantal voorgeprogrammeerde waarden, die elk geënt zijn op een bepaalde lichtbron of lichtomstandigheden (vb gloeilamp, daglicht, bewolkt, ...). Kies deze die het best overeenkomt met de situatie op dat moment, en neem een testfoto. Als je wit blad mooi wit of (heel) lichtgrijs is, zit je goed. Ziet je wit er blauwig of gelig uit, kies dan voor de automatische witbalans (auto WB). Meestal zal die er niet ver naast zitten, zeker als je buiten fotografeert. Kies ook steeds (en meteen) voor de auto WB als je kalkpapier tegen het raam hangt of met de Trofast werkt.

E) Stel de belichtingscompensatie in op +2. Dit is een richtlijn. Is je object te donker, verhoog dan bijvoorbeeld tot +2,6. Hoe hoger deze waarde, hoe witter ook je achtergrond zal zijn. In geval van een gsm zal je eerder naar + 1,6 moeten gaan. Bedenk dat donkere metalen objecten wel wat meer belicht mogen worden om voldoende detail te kunnen zien. Voor dergelijke stukken mag je dus wel iets hoger compenseren.
Je vindt de functie op de meeste camera's terug in vorm van een toets die je bedient in combinatie met het instelwiel. Bij bijvoorbeeld Sony is dit een apart wiel (helemaal rechts):  
foto's: internet
Je kan de ingestelde compensatie ook zien in je zoeker of op je scherm (foto links toont een compensatie van 0, de afbeelding rechts een compensatie van -1,6):
foto's: internet
F) Ga na of je meetmodus ingesteld is op matrixmeting (Nikon) of meervlaksmeting (Canon). Centrumgewogen en spotmeting zullen gegarandeerd overbelichte resultaten opleveren. Als je de meetmethode nog nooit gewijzigd hebt, staat ze vanzelf in orde.
G) Als je in JPEG-formaat fotografeert, waar ik hier van uitga, kies dan de hoogste kwaliteitsinstelling (bijvoorbeeld JPEG fine) en de neutrale of natuurlijke "picture style". Als je in RAW-formaat fotografeert, worden foto's in de hoogste kwaliteit opgeslagen, en moet je je picture style pas kiezen in je bewerkingssoftware (ook je witbalans en belichting kan je achteraf nog bijstellen zonder [of met weinig] kwaliteitsverlies).
STAP 6: prepare, aim, and shoot - repeat
Bereid de "scene" voor: zorg dat je papieren achtergrond stofvrij is en niet vuil is. Kuis ook je vondst op indien mogelijk. Plaats je schaallat in je scherpstelvlak (de zone parallel met de sensor van je camera waarbinnen alles scherp is): bij een munt leg je die gewoon op je achtergrond, bij een 3D-object zet je die op dezelfde lijn als het punt waarop je zal scherpstellen. Plaast je vondst in het midden van het beeld.
Stel scherp. Je kan dit automatisch, en via het middelste scherpstelpunt. Een betere methode is echter via LiveView, maar dan werk je wel op statief. Zet hierbij je lens (schuifschakelaar op de zijkant) en je camera (bij Nikon aan de voorkant) op manuele scherpstelling, schakel LiveView in, zoom met de "+"-toets (niet met de lens !) in op de plaats waarop je wil scherpstellen, en draai aan de scherpstelring van de lens tot je beeld scherp is.
Maak de foto. Leg hiervoor LiveView af, en stel de zelfontspanner in op 10 seconden, eventueel in combinatie met een afstandsbediening. Denk eraan om bij het fotograferen vanop statief/rijstzak je beeldstabilisatie af te zetten. Bij fotograferen uit de hand zorg je dat je beeldstabilisatie aan staat.
Herhaal dit voor de verschillende aanzichten van de vondst, zet je foto's over op je computer, en snij de foto's nog wat bij. Heb je hiervoor geen aparte software, dan kan je gerust Paint gebruiken (zit standaard bij Windows), of bijvoorbeeld Office Picture Manager (onderdeel van MS Office).
Hierboven nog eens de originele en de bijgesneden foto. Zorg dat je minstens 1600 x 900 pixels overhoudt (= ongeveer 1,5 Megapixels).

Klaar !



Het is uiteraard de bedoeling om deze tutorial zo bruikbaar mogelijk te maken, dus laat mij gerust weten wat je ervan vindt of hoe hij kan verbeterd worden... Like de facebookpagina en laat een berichtje achter ! 
Back to Top